Filosofenlezingen
In dit winterseizoen organiseert de Oud-Katholieke parochie van Ste. Gertrudis een lezingenserie over filosofie.Het thema van de serie is: ‘Geloven in filosofie’.
Er zal aandacht worden besteed aan diverse denkers die allen een bijzondere band hebben met het joodse of christelijke geloof. Verder zijn deze denkers echte filosofen, dus mensen die geloven in de kracht van filosofie. Vaak wordt gesteld dat kritisch, zelfstandig denken en geloof, spiritualiteit niet samen kunnen gaan. Deze denkers zijn een andere mening toegedaan. Maar zij gaan wel op hun geheel eigen wijze om met de traditie waarin ze staan. De één gaat bovendien veel verder in het leggen van eigen accenten in die traditie dan de ander. Toch kunnen deze denkers wellicht juist daarom een inspirerend voorbeeld zijn voor allen die geïnteresseerd zijn in filosofie en daarnaast menen dat dit niet in tegenstelling hoeft te staan tot spiritualiteit en geloof.
Woensdag 28 oktober 2009 spreekt prof. dr. Ilse Bulhof over Pierre Hadot.
Prof. dr. Ilse Bulhof (1932) was tot haar emeritaat in 1997 bijzonder hoogleraar wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit van Leiden en Universitair Hoofddocent geschiedenis van de wijsbegeerte aan de Katholieke Theologische Universiteit van Utrecht en de Rijksuniversiteit van Utrecht, Faculteit der Godgeleerdheid. Ilse Bulhof publiceerde boeken over onder andere Nietzsche, Dilthey, Darwin en Freud, en schreef vele artikelen over geschied- en wetenschapsfilosofische onderwerpen. Haar belangstelling gaat op het moment vooral uit naar de relatie tussen filosofie en spiritualiteit.
Pierre Hadot (Parijs 1922) is een Frans filosoof gespecialiseerd in de Antieke filosofie. Hij was tot 1991 hoogleraar aan het Collège de France waar hij de leerstoel Geschiedenis van het Grieks en Romeinse denken bezette. In 1991 werd hij bij zijn afscheid professeur honoraire op datzelfde Collège. Hadot is ondermeer beroemd vanwege de manier waarop hij de opvatting van filosofie in de Griekse Oudheid analyseerde. Hadot onderkende en analyseerde de ‘Spirituele oefeningen’ die in de klassieke filosofie worden gebruikt. Met ‘spirituele oefeningen’ bedoelt Hadot “praktijken…die bedoeld zijn om een verandering en transformatie in het subject te bewerken die ze beoefend.” Hadot’s terugkerend thema is dat filosofen beoordeeld zouden moeten worden op hoe ze leven en wat ze doen, niet op wat ze zeggen. Deze en andere inzichten brengt hij samen in het boek ‘Wat is Antieke filosofie?’.
Woensdag 15 november 2009: Prof. Dr. Bert Blans over Jean-Luc Marion.
Jean-Luc Marion (1946) is één van de beroemdste nog levende filosofen van Frankrijk. Hij was ooit een student van Jacques Derrida en één van de leidend Katholieke denkers van de moderne tijd. Marion’s benadering van de laat-moderne tijd is sterk bepaald door zijn kennis van de kerkvaders, de mystieke theologie, de filosofische stroming van de fenomenologie en de moderne filosofie. Hoewel veel van zijn wetenschappelijk werk draaide rond Descartes en de fenomenologen Heidegger en Husserl zijn het vooral zijn expliciet religieuze werken die veel aandacht hebben getrokken. God without being (God zonder het (te) doordenkt het fenomeen idolatrie, een thema dat weer verbonden is met andere centrale thema’s uit zijn werk liefde en geschenk. Volgens de filosoof John D. Caputo is Marion vooral beroemd vanwege het idee van het ‘gesatureerde fenomeen’. Het kenmerk daarvan is dat er ervaringen zijn waarvan het kenmerk is een overweldigende ‘gegevenheid’ of excessieve vervulling, zodanig dat het begrijpend vermogen dat gericht is op deze fenomenen overspoeld of ‘gesatureerd’ wordt. Prof. dr. Bert Blans zal in de lezing een aantal aspecten uit het nieuwste boek van Marion over Augustinus, Au lieu de soi. L'approche de saint Augustin, belichten. Aspceten die ongetwijfeld nauw verband houden met Marion’s eerder werk.
Prof. Dr. Bert Blans (1947) is bijzonder hoogleraar Wageningen Universiteit en universitair docent filosofie van de faculteit Katholieke Theologie van de UvT. Hij publiceert op het gebied van de hermeneutiek en de godsdienstwijsbegeerte. Tot zijn meest recente publicaties behoren: ‘Augustinus en zijn doorwerking’ en ‘De waarheid doen. Derrida en Augustinus’. In R. van Riessen (Ed.), Augustinus modern en postmodern gelezen, alsmede (samen met Marcel Poorthuis) ‘The return of the gods. The clash between monotheism and polytheism in German Romanticism’. In A.M. Korte & M. de Haardt (Eds.), The boundaries of monotheism. Interdisciplinary explorations into the foundations of western monotheism.
Woensdag 24 februari 2010: Paul Ricoeur.
Paul Ricoeur (1913-2005). Hoe leren wij onszelf kennen? Volgens de Franse filosoof Paul Ricoeur gebeurt dat vooral door het contact met anderen. En door het lezen van verhalen, ondermeer bijbelverhalen. “We zijn voortdurend verplicht te interpreteren wat ons overkomt. De literatuur biedt ons daarvoor het model en het oefenterrein.” Van Ricoeur verschenen in het Nederlands ondermeer: ‘Tekst en betekenis. Opstellen over de interpretatie van literatuur’ en ‘Het kwaad. Een uitdaging aan de filosofie en aan de theologie’. De laatste jaren wordt hij binnen en buiten Frankrijk met toenemende aandacht gelezen. Wegens zijn precieze argumentatie, maar vooral wegens de thema's die hij aan de orde stelt: de noodzaak van verantwoordelijkheid, het raadsel van het kwaad, het belang van de literatuur, de onmisbaarheid van het 'ik'.
Ricoeur begon zijn omwegen als christelijk filosoof, onder de invloed van de existentialisten Gabriel Marcel en Karl Jaspers. Belijdend gelovige is hij nog altijd. Maar de religie, zegt hij, levert voor de filosofie of de ethiek geen bijzondere kennis of inzichten op. “Moraal is voor iedereen hetzelfde; er bestaat geen christelijke moraal. Er is wel een specifiek christelijke benadering van die moraal, wanneer de gelovige zich afvraagt: wie kan mij de kracht, de moed, het vertrouwen geven om een moreel mens te zijn? Toch kon Ricoeur ook binnen de filosofie de godsdienst niet ontwijken. In zijn eerste belangrijke werk, De filosofie van de wil, stuitte hij vanzelf op het probleem van de 'kwade wil'. ‘Waar komt het kwaad vandaan?’, is een vraag waarmee theologen en filosofen sinds millennia worstelen, zonder een bevredigend antwoord te hebben gevonden. Het kwaad is in ons bestaan iets ondoorzichtigs, meent Ricoeur. Het onttrekt zich aan verklaringen. Daarom kunnen we het slechts indirect benaderen: via symbolen en verhalen.
Beschrijving gebaseerd op een artikel van Ger Groot, NRC, ferbruari 2005
Woensdag 24 maart 2010: Jean-Luc Nancy.
Jean-Luc Nancy (1940), een van de groten van de Franse wijsbegeerte, emeritus hoogleraar in Straatsburg, is in Nederland nog nauwelijks bekend. Van zijn enorme productie is, op een paar artikelen na, alleen zijn boek 'De indringer', over zijn harttransplantatie, in het Nederlands vertaald. Nancy’s algemene denkkader is, globaal gezegd, dat van de Franse filosoof Derrida: de deconstructie, het zoeken naar onuitgesproken vooronderstellingen en stilzwijgend vermeden problemen, om juist daar een nieuwe stap te kunnen zetten. In deze lijn verdedigt Nancy dat het Christendom altijd al getekend is door een modern mensbeeld. Dit mensbeeld verlangt namelijk een verinnerlijking van religiositeit: het introduceert een persoonlijke, authentieke relatie met God, en een ervaring van menswording die we krijgen als we ons aan deze bijzondere relatie met God overgeven. Geloof in God is zo niet meer in de eerste plaats gericht op God, maar op het vinden van de eigen authenticiteit. Toch valt deze God niet samen met de mens. Hij is tegelijk ook verder van de mens verwijderd dan ooit. Het ‘U was innerlijker dan mijn diepste innerlijk en hoger dan mijn hoogste hoogte’ van St. Augustinus is hiervan volgens Nancy een uitdrukking. God trekt zich terug uit iedere natuurlijke, ‘spontane’ betrekking’ met ons. Heeft het Christendom hiermee in feite haar eigen graf gegraven? Hierover zullen we met dr. Laurens ten Kate nadenken op de laatste lezing uit de serie ‘Geloven in Filosofie’.
Laurens ten Kate (1958) studeerde filosofie en theologie te Utrecht. Zijn dissertatie, De lege plaats. Revoltes tegen het instrumentele leven in Batailles atheologie, verdedigde hij in 1994 aan de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht, waar hij vervolgens verschillende jaren doceerde. Van 1996 tot 1999 werkte hij als postdoc-onderzoeker aan de Theologische Universiteit Kampen, waar hij een vergelijkend onderzoek deed over J. Derrida en K. Barth en over de (on)mogelijkheden van een ‘theologie van de differentie’. Thans is hij werkzaam als visiting research fellow aan het Heyendaal Instituut voor Interdisciplinaire Religiestudies (Radbouduniversiteit Nijmegen), en als universitair docent godsdienstfilosofie en theologie aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Hij stelde samen en schreef een nieuwe Encyclopedie van de filosofie (2007). Naast zijn academische werk is hij fondsredacteur filosofie bij Uitgeverij Boom te Amsterdam.
De avond begint om 20.00 en eindigt om 22.00 uur. De zaal is open vanaf 19.30 uur. Er is dan koffie. Er zullen t.z.t. op deze site: http://www.cultuur-okkn.nl/ teksten te vinden zijn die een voorbereiding bieden op de avond. Het lezen van de teksten is niet verplicht, maar wel aan te bevelen. Om 20.00 uur wordt begonnen met een lezing, vervolgens een koffiepauze. Het tweede deel van de avond zal bestaan uit een plenaire gedachtewisseling tussen de zaal en de spreker. De avond wordt door drs. Sicco Claus geopend en hij leidt ook de discussie. Drs. Sicco Claus studeerde zelf theologie aan de voormalige KTU en studeert op dit moment filosofie aan de UU.
Opgave voor de avond niet perse noodzakelijk, maar wel gewenst. Dat kan op s.claus@cgu.nl.